De architectuurprojecten vertrekken vanuit dezelfde benadering als de objecten: een systeem van voorwaarden waaruit ruimte en vorm ontstaat.
Elk ontwerp wordt gestructureerd door een samenhang van verhoudingen, zichtlijnen, lichtinval en materiaalgedrag. Deze elementen vormen geen losse beslissingen, maar een onderliggend raamwerk waarbinnen de ruimte zich ontwikkelt.
In plaats van ruimtes te componeren, worden condities gecreëerd die bepalen hoe een interieur wordt ervaren—hoe het licht beweegt, hoe volumes zich tot elkaar verhouden, hoe openheid en begrenzing elkaar afwisselen.
Daarin verschuift de aandacht van stijl naar structuur. Niet wat een ruimte is, maar hoe zij functioneert als samenhangend systeem.
Materialen worden ingezet met terughoudendheid en precisie. Niet om te decoreren, maar om de ruimtelijke logica te articuleren en de relatie tussen licht, massa en oppervlak zichtbaar te maken.
De projecten bewegen zich tussen architectuur en interieur, maar functioneren in essentie als ruimtelijke constructies: omgevingen waarin rust niet wordt toegevoegd, maar voortkomt uit helderheid en samenhang.






